Batterijen in huis: wat oplaadbaar wel en niet oplevert

Een huishouden vol losse cellen

Een gemiddeld Nederlands huishouden heeft tussen de twintig en veertig apparaten die op losse batterijen lopen. Afstandsbedieningen, rookmelders, weegschalen, thermostaatknoppen, draadloze muizen, kinderspeelgoed, klokken en de tuinverlichting. Bij elkaar gaat dat om enkele tientallen euro’s per jaar aan wegwerpcellen, en om een stroom afval die maar deels bij het inzamelpunt terechtkomt.

Oplaadbare batterijen worden al decennia als het logische alternatief gepresenteerd, maar de praktijk is genuanceerder dan de folder. Voor sommige toepassingen zijn ze duidelijk beter, voor andere ronduit ongeschikt. Het verschil zit in hoe snel een apparaat stroom vraagt en hoe erg het is als de spanning iets lager ligt.

Waar oplaadbaar wint

Alles wat veel stroom trekt in korte tijd is het domein van NiMH. Speelgoed met motoren, flitsers, gameconstrollers, draadloze koptelefoons en kinderapparaten die dagelijks aanstaan. Een alkaline batterij zakt onder die belasting snel in spanning, terwijl een oplaadbare cel zijn 1,2 volt tot vlak voor het einde vasthoudt. In de praktijk voelt een NiMH-cel in zulke apparaten daardoor sterker, ondanks de lagere nominale spanning.

Het rekensommetje is dan gunstig. Een set van vier cellen kost een paar tientjes en gaat vijfhonderd tot duizend laadcycli mee. Wie ze in een gamecontroller gebruikt die wekelijks leeg raakt, verdient de aanschaf binnen een jaar terug. Overzichten zoals bij BatterijenStunter laten zien dat de capaciteitsverschillen tussen merken groot zijn, en dat de hoogste mAh-waarde niet altijd het beste product is: cellen met extreme capaciteit lopen vaak sneller leeg in de kast.

Waar wegwerp voorlopig blijft

Rookmelders zijn de bekendste uitzondering. Die vragen jarenlang bijna niets en moeten juist dan betrouwbaar zijn. NiMH-cellen verliezen ook zonder gebruik lading, en een melder die na acht maanden begint te piepen is niet wat de bedoeling is. Hetzelfde geldt voor wandklokken, noodlantaarns en apparaten die precies 1,5 volt nodig hebben om te starten.

Voor die categorie zijn goede alkaline cellen of lithiumcellen de juiste keuze. Lithium kost meer maar houdt tien jaar en werkt door bij vorst, wat het aantrekkelijk maakt voor buitensensoren. Wie beide typen in huis haalt, vindt bij aanbieders als batterijenstunter.nl doorgaans het hele spectrum naast elkaar, inclusief de knoopcellen die voor de meeste mensen het lastigst te vinden zijn.

Praktisch beheer

Het grootste verlies zit niet in het type batterij maar in de administratie. Halfvolle cellen die terug in de la gaan tussen lege exemplaren, laders die twintig jaar oud zijn en cellen doorlopend warm houden, en losse batterijen die met sleutels in dezelfde bak liggen en kortsluiten.

Daarnaast loont het om per apparaat te noteren welk type erin zit. Wie een afstandsbediening met NiMH-cellen vult en die vervolgens jaren laat liggen, komt bij het volgende gebruik voor een verrassing te staan, terwijl dezelfde cellen in een controller uitstekend hadden gefunctioneerd.

Twee bakjes met de labels vol en leeg, een moderne lader die per cel meet en stopt, en een vaste plek voor het inzamelbakje lossen het merendeel daarvan op. Dat is minder spectaculair dan een nieuwe technologie, maar het scheelt in een huishouden meer geld dan de keuze tussen merken.